|
Ik denk anders
Op vrij jonge leeftijd had ik al het vermoeden dat ik anders denk dan de mensen
om me heen. Dit vermoeden was ontstaan nadat ik besefte dat ik contact met
leeftijdgenootjes onprettig vond. Lang heb ik gedacht het vermoeden dat ik anders denk te kunnen verklaren door naar het begrip hoogbegaafdheid te kijken. In de beschrijvingen
over dit fenomeen herkende ik veel. Er was echter één ding dat hoogbegaafdheid
uitsloot: de testen die ik heb ondergaan. De IQ-score kwam daarbij steeds rond
de 125 uit, terwijl hoogbegaafdheid bij een score van 130 begint. Daarom bleef
ik zoeken naar een andere verklaring die mijn vermoedens kon bevestigen. Die
vond ik niet. Dit maakte me erg onzeker en onrustig. Voor mij is het namelijk van
essentieel belang iets te kunnen verklaren (te beredeneren). Is een beredenering
niet af, dan verhoogt dit de basis van mijn emotie. Dit komt omdat de beredenering zich dan telkens weer op de voorgrond dringt. Alsof ik voortdurend een signaal krijg: “Hé, je bent nog niet klaar met mij.” Je kunt de irritatie die dit geeft,
vergelijken met een fout in een computer. Bij een fout in een computer krijg je
een foutmelding op je scherm. De computer vraagt of je de fout wilt herstellen of
dat je de fout wilt negeren. Als je de informatie niet hebt om de fout te herstellen, druk je op de knop negeren. Helaas gaat de fout daar niet mee weg. Een
tijdje later komt de melding gewoon weer terug. Druk je nogmaals op ‘negeren’
dan komt de melding telkens terug. Herken je de irritatie die dit geeft? Dat
gevoel ontstaat bij mij ook als ik een beredenering niet kan afmaken.
De noodzaak deze irritatie weg te nemen, zorgde ervoor dat ik verder zocht. Ik besloot het proces andersom te benaderen. Ik stelde mijn manier van denken als uitgangspunt en ben vandaaruit terug gaan redeneren. Deze invalshoek bracht mij uiteindelijk het nodige inzicht. Door het nieuwe inzicht met de mensen direct om me heen te communiceren en te luisteren naar hun reacties, is het mij gelukt het proces ook voor anderen inzichtelijk te maken. Het proces dat mijn anders denken verklaart, noem ik begaafdheid. Voor ik dit proces van begaafdheid beschrijf, vertel ik eerst iets over het begrip hoogbegaafdheid. Ik doe dat omdat de literatuur over hoogbegaafdheid toch een goed referentiepunt voor me is geweest. Het heeft me geholpen de lijn van het denken van mensen vast te houden.
Kenmerken van hoogbegaafdheid
Ik heb gemerkt dat als ik over het proces begaafdheid praat, mensen direct aan
het begrip hoogbegaafdheid denken. Uit de literatuur over hoogbegaafdheid is
mij duidelijk geworden dat er voor dit begrip nog geen eenduidige definitie
bestaat. Al jaren zijn wetenschappers daar druk naar op zoek. Ze hebben wel
een aantal kenmerken geformuleerd waaraan we hoogbehaafdheid kunnen herkennen.
• De persoon is leergierig, kan dit nauwelijks loslaten en heeft een onstilbare honger naar informatie.
• De persoon heeft een brede belangstelling.
• De persoon denkt logisch na.
• De persoon heeft een goed geheugen.
• De persoon gaat heel intensief en geconcentreerd met de wereld om zich heen om.
• De persoon bezit een goed observatievermogen. Vaak is de waarneming tot in detail.
• De persoon leert het liefst op een ontdekkende manier.
• De persoon werkt graag zelfstandig bepaalde problemen en vraagstukken uit.
De waarde van een IQ-score
Ook al is er nog geen eenduidige definitie van hoogbegaafdheid, het wordt wel
als diagnose gesteld. Hoogbegaafdheid wordt alleen onderkend als een persoon
via tests een hoge IQ-score laat zien. Geen hoge score, dan geen hoogbegaafdheid. Die IQ-score zegt echter niets over het feit of de persoon de kenmerken
bezit, waarover de wetenschappers het eens zijn. Daarom zouden de kenmerken
het uitgangspunt moeten zijn. In mijn definitie van ‘begaafdheid’ vormen die
kenmerken dan ook het uitgangspunt. Die definitie luidt dan: “Begaafdheid is
een specifieke manier van denken, die tot gevolg heeft dat de persoon sneller
verbanden legt, meer vernieuwend denkt en logischer redeneert. Vaak komt dit
tot uiting in een hogere score op een IQ-test, maar zeker niet altijd. Vooral bij
personen die informatie anders waarnemen kan ondanks een minder extreem
hoge score op een IQ-test sprake zijn van begaafdheid.”
Wat ik verder nog belangrijk vind te vermelden is dat uit de literatuur blijkt dat
een IQ-score wel iets zegt over de mate waarin een persoon zich staande kan
houden in de maatschappij. Het geeft namelijk inzicht in welke mate een persoon de informatie die afkomstig is uit de maatschappij begrijpt.
Denken in kasten
Voordat ik verder inga op wat ik onder ‘begaafdheid’ versta, vertel ik eerst iets
over mijn visie over ‘denken in kasten’. Ik ga er daarbij vanuit dat mensen de
informatie die zij ontvangen, opslaan in zogenaamde kasten. Dit zijn afgebakende kaders waarbinnen gegevens zijn opgeslagen over een bepaald onderwerp die een direct verband met elkaar hebben. Denk hierbij aan onderwerpen
als voetbal, economie, vriendschap, taal of samenleving. De betekenis van de
informatie wordt bepaald door het kader.

De kaders worden op hun beurt bepaald door drie elementen:
• de sociale omgeving waarbinnen je leeft (hebt geleefd);
• je ervaringen en
• je denkvermogen.
Door je sociale omgeving worden statische kaders aangereikt, zoals ‘liefde’. Mensen leren dat het begrip ‘liefde’ binnen het kader ‘voetbal’ iets anders betekent dan binnen het kader ‘vriendschap’ of het kader ‘taal’. Als een persoon informatie krijgt over een onderwerp, dan bepaalt het kader in welke kast het zal worden opgeborgen.

Als begaafde heb ik het vermogen de kaders minder statisch te maken. Ik
gebruik hiervoor mijn ervaringen en denkvermogen. Doordat de kaders minder
statisch worden, kan ik de gegevens uit verschillende kasten aan elkaar koppelen. Zo ontstaan er telkens nieuwe en/of bredere kaders waardoor gegevens van
betekenis kunnen veranderen.

Door bepaalde gegevens uit de kast ‘voetbal’ en de kast ‘economie’ samen te
voegen ontstaat een nieuwe kast ‘voetbal als bedrijf’. In deze nieuwe kast bevinden zich gegevens die uit de twee kasten ‘voetbal’ en ‘economie’ komen, maar
ook gegevens die rechtstreeks binnen de nieuwe kast worden opgeslagen door
met anderen over ‘voetbal als bedrijf’ te praten. Het aan elkaar koppelen van de
gegevens uit de verschillende kasten leidt tot nieuwe inzichten. De mate waarin
een persoon de gegevens uit de verschillende kasten aan elkaar kan koppelen,
bepaalt zijn begaafdheid.
Voorbeeld van begaafdheid
Een jongen van tien jaar scoort voor zijn vakken op school over het algemeen
bovengemiddeld. In het kader van een begeleidingstraject sprak ik met het gezin
over hun vakantie. Het gezin was net terug van een vakantie naar Amerika. De
ouders vertelden dat er twee dingen tijdens de vliegreizen opvielen. De jongen
keek vaak op zijn horloge en hij wist telkens precies te vertellen waar ze zich
bevonden. Ik vroeg de ouders mij te vertellen, waarom zij dachten dat hij dit
gedrag liet zien. De verklaring voor het weten van de exacte locatie tijdens de
reis was, dat hij erg goed is in aardrijkskunde. Waarom hij telkens op zijn horloge keek, was volgens de ouders te verklaren door zijn behoefte aan controle.
“Hij wil weten hoe lang het nog duurt, dat maakt hem rustig”, was hun opmerking. Tijdens de uitleg van de ouders zag ik dat de jongen onrustig was. Ik vroeg
hem daarom of de ouders het juist hadden. “Nee”, zei hij direct. “Ik keek op mijn
klok om te zien hoe lang we al aan het vliegen waren, omdat ik dan kon berekenen hoeveel kilometers we al af hadden gelegd. Aan de hand van de kilometers
wist ik waar we waren.” Toen ik doorvroeg werd ons pas echt duidelijk waar hij
tijdens de vlucht mee bezig was geweest. Voor zichzelf had hij uitgerekend, met
welke snelheid het vliegtuig de afstand had afgelegd, hoeveel brandstof daarvoor nodig was en wat dat per passagier zou kosten. Ook had hij uitgerekend
hoeveel de vliegmaatschappij per vlucht dan over zou houden. De ouders waren
totaal verrast. Ze konden zich nog wel herinneren dat de jongen had gevraagd
hoeveel een liter brandstof voor een vliegtuig kost en hoeveel ze voor de tickets
hadden betaald. Maar ze begrepen niet waarom hij die vragen op dat moment
had gesteld. Voor het eerst in tien jaar werd het de ouders duidelijk hoe begaafd
hun kind is.
Ik stel veel vragen
Door mijn begaafdheid verander ik voortdurend mijn kaders. Daarom komen
deze vaak niet meer overeen met de kaders van mijn sociale omgeving. Omdat
de informatie die ik uit mijn omgeving krijg, niet altijd binnen mijn kaders past,
moet ik de informatie omzetten naar mijn kaders. Dit doe ik door vanuit mijn
kaders vragen te stellen over de informatie die gegeven wordt. Als ik denk dat
het me is gelukt de informatie om te zetten, dan vraag ik om bevestiging. Deze
bevestiging zoek ik door mijn beredenering met mijn omgeving te delen. Ik wil
namelijk zeker weten, of de manier waarop ik de gegevens heb opgeslagen,
logisch is.
De effecten van begaafdheid op het informatieverwerkingsproces
De manier van denken van begaafden is anders. Dit komt vooral tot uiting in het
omgaan met informatie uit het geheugen. Begaafdheid heeft daarom effect op
het proces van de begripsbepaling in het informatieverwerkingsproces.
Informatie uit het geheugen vormt namelijk voor een belangrijk deel je begripsbepaling en begaafden gaan anders met de informatie uit hun geheugen om.
Daarom kun je stellen dat begaafdheid een storing in het informatieverwerkingsproces veroorzaakt.
Terug naar boven
|