|
Ik verwerk informatie anders
Door de vragen beantwoord te hebben, waarom ik emoties anders beleef,
waarom ik anders denk en waarom ik anders voel, dacht ik voldoende informatie te hebben om ook de laatste vraag te kunnen beantwoorden: waarom verwerk ik informatie anders? Dit bleek niet het geval. Ik bleef steken op de volgende beredenering: als begaafdheid en hoogsensitiviteit ervoor zorgen dat ik
meer informatie binnenkrijg dan personen zonder deze gaven, moet ik het vermogen hebben deze berg aan informatie te verwerken en op te slaan. Geen van
de eerdere theorieën gaf mij de informatie om deze beredenering logisch af te
ronden. Een deel van de ontbrekende schakel vond ik door informatie over
beelddenken aan het geheel toe te voegen. Ik vond deze informatie vrij snel,
omdat in de literatuur over hoogbegaafdheid en hoogsensitiviteit diverse malen
gesproken werd over het fenomeen beelddenken. Die literatuur gaf echter alleen
maar inzicht in het verwerken van de grote hoeveelheden informatie. Het gaf
geen inzicht in hoe ik het voor elkaar krijg de berg aan informatie op te slaan. Ik
ging er namelijk van uit dat mijn hersenen niet groter zijn. Na tijden lang zoeken besloot ik zelf met een visie te komen die het mogelijk maakte de beredenering logisch af te ronden. Die visie luidt dat beelddenken leidt tot een grote
opslagcapaciteit van informatie in de hersenen.
Wat is beelddenken
Beelddenken is denken in beelden en niet in woorden. Het is het vermogen
informatie als beeld voorstelbaar te maken (dit wordt visualiseren genoemd) en als beeld in het geheugen op te slaan. Het geheel aan voorstellingen kan als een
film worden afgespeeld. Een beelddenker kan dat wat hij uit wil drukken voor
zich zien, als een schilderij of een beeldhouwwerk, maar ook als een heel orkest
dat je kunt horen spelen. Mozart en Beethoven hoorden bijvoorbeeld de muziek
in hun hoofd, zagen het orkest de muziek spelen en schreven op basis daarvan
hun stukken op. Tot ons vierde jaar denken we allemaal in beelden. Daarna
gaan we - langzaam of juist snel, niemand weet dat precies - over tot woorddenken. Iedereen blijft in meer of mindere mate in beelden denken, maar beelddenkers doen dit consequenter en intensiever.
Voordelen van beelddenken
Beelddenken is essentieel voor het functioneren van een persoon die behalve
beelddenker ook HS en/of begaafd is. Alle drie de gaven zorgen namelijk voor
een manier van waarnemen die ervoor zorgt dat je meer informatie binnen
krijgt. Deze berg aan informatie moet verwerkt en opgeslagen worden.
Beelddenken maakt dit mogelijk. Door in beelden te denken kan ik informatie
snel verwerken en heb ik het vermogen meer informatie in mijn hersenen op te
slaan.
1 Snelle verwerking van informatie
Beelddenken maakt het mogelijk dat ik binnen grotere hoeveelheden gegevens
verbanden kan blijven leggen. Door beelden van situaties en handelingen te visualiseren, kan ik meerdere zaken naast elkaar zien. Ik zie hierdoor onderlinge verbanden die samen een betekenisvol geheel vormen. Dit maakt dat ik
complexe situaties kan overzien, die voor een niet-beelddenker slechts gedeeltelijk inzichtelijk zijn. Omdat ik snel informatie kan verwerken, kan ik de informatie ook sneller met elkaar vergelijken. Dit maakt beelddenken een vlugge manier
van denken.
2 Een grote opslagcapaciteit van informatie
Door te denken in beelden kan ik meer informatie in mijn hersenen opslaan, dan
ik via woorddenken zou kunnen. Een beeld zegt namelijk meer dan duizend woorden. Door informatie via beelden op te slaan, kan ik meer gegevens kwijt
binnen dezelfde opslagcapaciteit van mijn hersenen. Je kunt beelddenken in
deze context vergelijken met een softwareprogramma dat de gegevens op de
harde schijf compact maakt (comprimeert), waardoor er meer gegevens op de
harde schijf geplaatst kunnen worden.
Kortom, beelddenkers hebben de eigenschap informatie snel te verwerken, hebben het vermogen grote hoeveelheden informatie op te slaan en kunnen
ondanks de snelheid en grote hoeveelheid aan informatie gegevens gemakkelijk
met elkaar vergelijken.
Nadelen van beelddenken
Beelddenken geeft mij twee belangrijke beperkingen.
1 Wat ik zie moet ik omzetten in woorden
Dat wat ik als beelddenker zie kan ik niet altijd even vlug en gemakkelijk in
woorden omzetten. Om iets uit te leggen in woorden is de juiste keuze en volgorde van woorden essentieel. Dit gaat bij mij niet vanzelf. Daarnaast voel ik me
gedwongen dit toch snel te doen. Want valt er tijdens een uitleg een pauze, dan
heeft hetgeen ik vertel voor de ander al minder waarde.
Voorbeeld: ik praat met een man die internationaal verkoper is. We praten over
het verkopen van goederen in het buitenland. Na een tijd reageer ik op zijn stelling, dat het samengaan van Europa slecht is voor Nederland. Tijdens deze reactie val ik even stil om de juiste woorden te zoeken voor dat wat ik wil zeggen. Ik
sluit dan mijn ogen om me beter te concentreren. Direct krijg ik de opmerking:
“Ja, een moeilijk onderwerp hč? Geeft niets. Het gebeurt vaak dat mensen het
geheel van mijn werk niet kunnen overzien”. Door deze opmerking nam de man
de basis van gelijkwaardigheid over dit onderwerp weg en heeft alles wat ik over
dit onderwerp nog kwijt wilde weinig waarde meer voor hem.
Om te voorkomen dat mijn informatie minder waarde krijgt door een stilte,
haast ik me in het kiezen van woorden. Dit gaat ten koste van de kwaliteit van
mijn uitleg, omdat ik niet altijd direct de juiste woorden kan vinden of de woorden niet altijd direct in de juiste volgorde zet. Het geheel wordt voor degene
waar ik de uitleg aan geef een onduidelijk verhaal. Hierdoor ben ik moeilijk te
volgen voor de ander. Om dit te voorkomen ga ik meer woorden gebruiken. De
boodschap wordt dan vaak duidelijker. Het gevolg is wel dat mensen vinden dat
ik te veel praat. Het omzetten van de beelden die ik zie in woorden, is voor mij
daarom telkens weer een kwestie van afwegen: welk nadeel vind ik het meest
acceptabel. Wordt mijn informatie minder waardevol, wordt mijn verhaal onduidelijk of vinden mensen dat ik langdradig ben. Het is me opgevallen dat de nadelen minder worden als ik tijdens mijn uitleg gebruik maak van spreekwoorden
en gezegdes. Een voorbeeld daarvan gebruik ik bij de uitleg van de voordelen van beelddenken. Om inzicht te geven in de hoeveelheid informatie die een beeld
bevat gebruik ik het gezegde: ‘Een beeld zegt meer dan duizend woorden.’
2 Informatie omzetten naar beelden
Als we in onze maatschappij een onderwerp uitleggen, dan spelen woorden
daarbij een erg belangrijke rol. Voor mij heeft dit tot problemen in het onderwijs geleid. Deze problemen werden veroorzaakt doordat de leerstof op een manier
werd aangeboden die niet paste bij mijn beelddenken. Dat leidde tot gedragsproblemen, maar ik ondervond vooral moeilijkheden op het gebied van lezen en
schrijven. Omdat ik niet voor dom uitgemaakt wilde worden verzon ik allerlei
trucjes om de uitleg over taal te onthouden. In het begin had ik daar veel baat bij. Ik kon goed mee, totdat het moeilijker werd. De uitleg waar ik een truc voor
had verzonnen om het te begrijpen, werd later weer gebruikt om andere dingen
uit te leggen. Vervoegingen, tegenwoordige of toekomende tijd, ik snapte er niets
meer van. De samenhang van het geheel verdween. Het gevolg was dat ik zoveel
moeite met lezen en schrijven kreeg, dat de diagnose dyslexie werd gesteld.
Opvallend was dat ik tijdens een dictee heel veel schrijffouten maakte, maar tijdens het schrijven van een opstel haast geen. De truc die ik daarvoor gebruikte
(en nog steeds gebruik) is de volgende: als ik niet weet of een woord met een d
of een t geschreven moest worden, stel ik de zin anders samen. Hierdoor wordt
het probleem omzeilt (of is het omzeild?).
Als ik terugkijk op de periode van mijn deeltijdstudies op mbo en later hbo, dan
valt me op dat ik erg aanwezig was tijdens de lessen. Ik stelde veel vragen en
legde de leerkracht mijn beredenering van de lesstof tijdens de les voor en vroeg
dan om de bevestiging of de beredenering goed was. In het hoofdstuk begaafdheid beschrijf ik ook dat ik vaak mijn beredenering deel en dan om bevestiging
vraag. De reden waarom ik dit doe is hetzelfde. Ik wil namelijk zeker weten, of
de manier waarop ik de uitleg heb begrepen, logisch is. Is dit niet het geval, dan
gaat dit ten koste van de waarde van de informatie van de uitleg, omdat het
beeld van het onderwerp niet volledig is. Dit leidt tot spanning, omdat door
onvolledige beelden de positieve effecten van het beelddenken wegvallen en ik bepaalde beredeneringen niet af kan maken.
Beelddenken heeft me erg geholpen tijdens mijn zoektocht
Beelddenken is oplossingen zien en niet al redenerend tot een besluit komen.
Het is aanvoelen waar bijvoorbeeld de oplossing van een probleem ligt. Als
beelddenker zie ik een oplossing. Ik zal dan achteruitwerkend proberen te vertellen waarom mijn oplossing goed is. Deze eigenschap heeft mij erg geholpen op
de momenten dat ik tijdens mijn zoektocht naar duidelijkheid, verklaringen en
antwoorden niet de informatie vond die ik nodig had om mijn beredeneringen
logisch af te sluiten. Door op mijn gevoel en inzicht te vertrouwen, heb ik de
moed gekregen bepaalde complexe processen zelf van een visie te voorzien.
Voorbeelden van eigen visies zijn: beleving van emotie, begaafdheid en de grotere opslagcapaciteit van informatie in de hersenen door beelddenken.
De effecten van beelddenken op het informatieverwerkingsproces
Beelddenken maakt het mogelijk snel informatie te verwerken. Het vergroot
daarnaast de opslagcapaciteit van de hersenen. De eigenschap om snel informatie te kunnen verwerken heeft invloed op de waarneming. Als beelddenker neem
je bijvoorbeeld meer details waar. Samen met de grotere opslagcapaciteit voor
informatie beďnvloedt het snel verwerken van informatie het geheugen. Hierdoor
veroorzaakt beelddenken een storing in het proces van waarneming en het proces van begripsbepaling. Daarom kun je stellen dat beelddenken een storing in
het informatieverwerkingsproces veroorzaakt.
Terug naar boven
|